GIM blogt: 5 concrete tips om uw geodata INSPIRE-conform te maken

Meer weten?
19 september 2016

De volgende INSPIRE-deadline komt dichterbij. Binnen iets meer dan een jaar moeten overheden en nutsbedrijven hun webdiensten en een deel van hun geodata INSPIRE-conform maken. Hoe u dat het best aanpakt? Onze INSPIRE-expert Stijn geeft vijf handige tips.

Geografische gegevens binnen de Europese Unie makkelijker vinden en uitwisselen. Met dat doel voor ogen stelde de Europese Commissie in 2007 de INSPIRE-richtlijn op. Overheidsinstellingen zijn op die manier verplicht om een geharmoniseerde geografische data-infrastructuur (GDI) op te zetten. Eén die conform is aan de technische bepalingen van INSPIRE.

Het INSPIRE-conform maken van uw geodata en webdiensten is echter geen sinecure. Overheidsinstellingen stellen zich dan ook terecht vragen zoals:

  • hoe pakken we dit efficiënt aan?
  • hoe kunnen we onze data best converteren?
  • hoe kunnen we dit zo kostenefficiënt mogelijk doen?
  • welke tools hebben we nodig?
  • zijn open-source tools een optie?

Om op deze vragen een antwoord te bieden, organiseerde GIM op 15 juni 2016 een GeoTrends seminarie. De belangrijkste conclusies vatten we samen in vijf concrete tips.

Tip 1. Stel nu een plan op

INSPIRE wordt in verschillende fases uitgerold, elk met een specifieke deadline. De eerstvolgende – 23 november 2017 – loert al om de hoek. Dan moeten alle download- en viewservices en de geodata zelf die tot de INSPIRE Annex I behoren (referentiedata zoals adressen, kadastrale percelen, beschermde gebieden, vervoersnetwerken, etc.) conform zijn aan de richtlijn.

Voor de data uit Annex II en III – nutsdiensten, gebouwen, energiebronnen, landgebruik, geologie enzovoort – ligt de deadline in 2020. Dat lijkt nog veraf, maar uw implementatiestrategie legt u het best nu al vast. De stapsgewijze methodologie die aan bod kwam in ons seminarie is daarvoor een mooie eerste aanzet.

INSPIRE-planning

Tip 2. Wees pragmatisch

Start met de minimale vereisten en breid daarna (indien nodig) uit. Om INSPIRE te implementeren, moet u keuzes maken. Zo kunt u INSPIRE-downloadservices implementeren als een predefined dataset download service (ATOM/OpenSearch) en/of als een direct access download service (WFS).

In de meeste gevallen kiest u het best voor ATOM/OpenSearch. Dat is veruit de eenvoudigste optie. In functie van de reële vraag kan later altijd nog een WFS-downloadservice worden opgezet. Verder kunt u er ook voor kiezen om INSPIRE-specifieke metadata-elementen te integreren in de GetCapabilities-response van discovery-, view- en downloadservices. Of u kunt zich beperken tot het toevoegen van een link naar het overeenstemmende service-metadatarecord.

Tip 3. Selecteer de juiste tools.

Verschillende tools (al dan niet open-source) kunnen u helpen een INSPIRE-conforme GDI op te zetten. Een greep uit de mogelijkheden:

  • om datasets te converteren, wordt veel gebruik gemaakt van FME – een extract-transform-load (ETL) tool of HALE, een open source tool voor schema-mapping.
  • GeoNetwork wordt dan weer vaak ingezet voor het beheren van metadatarecords en het aanbieden van discovery-services (CSW) en ATOM-downloadservices.
  • het opzetten van WMS-viewservices en WFS-downloadservices kan met de open-source oplossing van GeoServer of commerciële alternatieven.

De juiste tool selecteren? Dat hangt niet alleen af van de aankoopprijs en de gebruikskosten, maar ook van specifieke vereisten zoals de datavolumes, de gekozen technische implementatie, de expertise die binnen uw organisatie aanwezig is, en de oplossingen die andere overheidsdiensten ter beschikking stellen.

Tip 4. Automatiseer de publicatie-workflow

Naast het harmoniseren van een INSPIRE-dataset, heeft u een resem andere acties voor de boeg. Denk aan het aanmaken of updaten van de metadatarecords en de configuratie van de view- en downloadservices.

Automatiseer die publicatie-workflow zo veel mogelijk om manuele overhead en inconsistenties te vermijden. Veel tools beschikken over Application Programming Interfaces (kortweg API’s) die dergelijke automatisering mogelijk maken.

Een voorbeeld? Onderstaande workspace toont hoe u een volledig geautomatiseerde workflow opzet met behulp van FME. En dat in vijf stappen:

  1. transformeer de dataset in het vereiste GML-applicatieschema;
  2. publiceer de dataset online met de CKAN API;
  3. gebruik de GeoServer ReST API voor het aanmaken of updaten van lagen in de configuratie van de WMS-viewservice en WFS-downloadservice;
  4. update de dataset en service-metadatarecords met de CSW-T API van GeoNetwork;
  5. valideer de data, metadata en services via de online INSPIRE-validatiediensten.

INSPIRe workflow


Tip 5. Test uw INSPIRE-conformiteit met online tools

De technische bepalingen rond INSPIRE beslaan duizenden pagina’s. Gebruik daarom online validatietools om de conformiteit te testen van uw datasets, de dataset- en service-metadatarecords, en de download- en viewservices.

De titel van meest volledige testsuite staat nu nog op naam van de GDI-DE Test Suite. Maar ook de Europese Commissie werkt aan een geavanceerd testbed. Wordt dus zeker vervolgd!

Stijd

Stijn Goedertier
GeoICT Project Manager en INSPIRE-expert bij GIM


Aan de slag met INSPIRE? 

Contacteer GIM nu om samen met u een plan van aanpak op te stellen of lees meer over de diensten van GIM voor INSPIRE data harmonisatie


GeoTrends Seminarie rond INSPIRE-dataharmonisiatie

Benieuwd naar de volledige inhoud van het GeoTrends seminarie? Neem een kijkje in onze slides.

GIM blogt: 5 concrete tips om uw geodata INSPIRE-conform te maken
Deze pagina delen: